Donker of licht?

De afwisseling tussen donker en licht helpt je baby een goed dag-nachtritme verwerven.

file

Tijdens de eerste weken speelt licht een belangrijke rol bij het afstellen van de biologische klok en vervolgens bij het ontwikkelen van het waak-slaapritme van de baby.

Het is net deze afwisseling tussen licht en donker die dit ritme helpt stabiliseren: je moet dus een lichte omgeving voorzien voor de waakmomenten en een omgeving met gedempt licht tijdens de dutjes. 

Tijdens de nacht, wanneer heel het gezin slaapt, moet de slaapkamer donker en rustig zijn, terwijl je baby zijn dutje kan doen op een plek waar het halflicht is en niet ver van de gewone huiselijke geluiden die een geruststellend effect op hem hebben. 

Na zes maanden kan je kind een fase met een verstoorde slaap doormaken, veroorzaakt door verlatingsangst die kan leiden tot vaak wakker worden, nachtmerries of bang zijn voor het donker.

In dit geval kan je een klein lampje met een zwakke intensiteit in de slaapkamer plaatsen. Zodat hij niet echt in het licht ligt, maar er wel een lampje is om hem gerust te stellen wanneer hij wakker wordt. Vanuit praktisch standpunt laat een waaklampje ook toe dat ouders snel bij hun kind zijn, ongeacht de leeftijd, zonder dat ze het licht van de kamer moeten aandoen.